Beheerde configuraties voor apps maken

Jamf School-documentatie

Solution
Application
Content Type
Technische documentatie
Utilities & Services
ft:locale
nl-NL

Je kunt Jamf School gebruiken om instellingen te configureren voor een beheerde app voordat je die naar apparaten distribueert.

Note:
  • Op mobiele apparaten worden beheerde appconfiguraties opgeslagen op een locatie die niet beschikbaar is voor eindgebruikers. Om te controleren of er onlangs een beheerde appconfiguratie is gedistribueerd naar een mobiel apparaat, navigeer je naar de pagina Apparaatgegevens, klik je op Activiteitenlogboek in de lijst aan de linkerkant van het deelvenster en zoek je de volgende activiteit in het activiteitenlogboek: "Wijzig instellingen (Stel configuratie in voor [Appbundel])".

  • Op computers worden beheerde appconfiguraties opgeslagen in de map /Library/Managed Preferences.

  • Voor macOS-apps raadt Jamf aan om een aangepast profiel te gebruiken om app-instellingen te configureren in plaats van beheerde appconfiguraties te gebruiken. Zie Apparaatprofielen voor meer informatie over aangepaste profielen.

Requirements

Voordat je een beheerde configuratie voor apps maakt, adviseert Jamf dat je nagaat hoe je eigenschappenlijsten maakt. Lees deze documentatie op de Apple Developer-website voor meer informatie over eigenschappenlijsten.

  1. Ga in Jamf School naar Apps > Voorraad in de zijbalk.
  2. Klik op de app waarvoor je de beheerde configuratie wilt maken.
  3. Klik in het gedeelte ‘Opties’ op Toon geavanceerde opties.
  4. Schakel het aankruisvak in bij Pas beheerde configuratie toe.
  5. Voer in het veld ‘Beheerde configuratie’ een naam in voor de beheerde configuratie in het veld Nieuwe XML en voer in het tekstvak de overschrijvingswaarden voor configuratie-eigenschappen in. Als je deze waarden wilt opzoeken, ga je bij de app-ontwikkelaar na of beheerde configuraties zijn toegestaan voor de app.
    Example:
    Het volgende configuratievoorbeeld voor beheerde apps laat zien hoe je de incognitomodus voor Google Chrome kunt beperken:
    <plist>
        <dict>
            <key>IncognitoModeAvailability</key>
            <integer>1</integer>
        </dict>
    </plist>
    Als je Chrome Enterprise Core gebruikt om Google Chrome te beheren, configureer je in Chrome Enterprise Core de beleidsregels die je op Google Chrome wilt toepassen en gebruik je de volgende configuratie voor beheerde apps om de waarde van je inschrijvingstoken te definiëren:
    <plist>
        <dict>
            <key>CloudManagementEnrollmentToken</key>
            <string>tokenvalue</string>
        </dict>
    </plist>
    Zie Lijst met Chrome Enterprise-beleid van Google voor een volledige lijst met Chrome-beleidsregels.
  6. Als je een andere beheerde configuratie wilt toevoegen, klik je op Voeg nieuwe toe en herhaal je stappen 4-5.
  7. Selecteer de apparaatgroep waarnaar je de beheerde configuratie wilt implementeren:
    Note:

    Als een apparaat is opgenomen in meerdere apparaatgroepen binnen het bereik van de app, gebruikt het apparaat de beheerde configuratie van de apparaatgroep die in eerste instantie geselecteerd was. Als het bereik van de app is ingesteld door Jamf Teacher, gebruikt het apparaat de beheerde configuratie die als standaard is ingesteld. Als er geen standaard beheerde configuratie is, gebruikt het apparaat geen beheerde configuratie.

    • Als je de beheerde configuratie voor één apparaatgroep implementeert, klik je op het symbool Instellingen voor de groep en kies je vervolgens de beheerde configuratie.

    • Als je de beheerde configuratie implementeert voor meerdere apparaatgroepen, klik je op het algemene symbool Instellingen rechts onderin en kies je vervolgens de optie Wijzig beheerde configuratie in: [Naam van beheerde configuratie].

    • Als de apparaatgroep waarnaar je de beheerde configuratie wilt implementeren niet wordt weergegeven, klik je op het symbool + en kies je de groep uit het pop-upmenu. Klik daarna op het symbool Instellingen voor de groep en kies de beheerde configuratie.

  8. Klik op Bewaar.
De beheerde configuratie wordt geïmplementeerd naar de ingestelde apparaatgroepen.