Een blauwdruk voor een aangepaste declaratie aanmaken - Configuratiegids Jamf School blauwdrukken

Configuratiegids Jamf School blauwdrukken

Solution
Application
Content Type
Technische documentatie
Utilities & Services
ft:locale
nl-NL

Met aangepaste configuraties voor declaratief apparaatbeheer kun je geavanceerde instellingen voor specifieke behoeften definiëren, wat ongekende flexibiliteit en controle biedt. Met deze aangepaste configuraties kun je opties configureren die verdergaan dan de standaardmogelijkheden van blauwdrukken, wat geavanceerde functionaliteit voor unieke gebruikssituaties mogelijk maakt.

Belangrijk:

Houd rekening met het volgende als je aangepaste declaraties met blauwdrukken gebruikt:

  • Verkeerde configuraties kunnen tot onbedoeld gedrag leiden, wat gevolgen kan hebben voor de prestaties en beveiliging van apparaten. Jamf raadt aan om alleen aangepaste declaraties te gebruiken als je een diepgaande kennis hebt van het Apple-protocol voor declaratief apparaatbeheer en om aangepaste declaraties in een sandbox-omgeving te testen voordat je ze in een productieomgeving implementeert. Zie Declaratief apparaatbeheer gebruiken voor het beheer van Apple apparaten in Implementatie van het Apple platform voor meer informatie.

  • Jamf biedt geen ondersteuning voor aangepaste declaraties, wat inhoudt dat probleemoplossing en onderhoud uitsluitend de verantwoordelijkheid van de organisatie zijn.

  • Updates van Jamf School en het besturingssysteem van apparaten kunnen leiden tot conflicten met aangepaste declaraties, waardoor er verstoringen kunnen optreden.

  1. Maak een blauwdruk aan. Zie Een blauwdruk samenstellen op basis van een bibliotheek met onderdelen voor instructies.
  2. Gebruik in de Componentenbibliotheek het veld Zoek om naar het onderdeel Aangepaste declaraties te zoeken.
  3. Klik op het onderdeel Aangepaste declaraties en klik vervolgens op Aan de slag.
  4. Klik op +Add item (+Voeg onderdeel toe).
  5. Selecteer in het veld Soort de optie Configuratie of Onderdeel als het declaratietype.
    • ConfiguratieConfiguraties zijn de feitelijke instellingen en beleidsregels die bepalen hoe apparaten moeten worden geconfigureerd en werken op dezelfde manier als profielpayloads. Ze vertegenwoordigen specifieke elementen van apparaatbeheer, zoals e-mailaccounts, beleidsregels voor wachtwoorden, wifi-instellingen, VPN-configuraties en apparaatbeperkingen. Configuraties hebben een veel-op-veel-relatie met onderdelen, waardoor meerdere configuraties naar dezelfde onderdelen kunnen verwijzen.
    • OnderdeelOnderdelen bevatten aanvullende of ondersteunende gegevens die voor configuraties nodig zijn, zoals gebruikersidentiteiten, certificaten, inloggegevens, configuratiebestanden, scripts en gebruikersprofielen. Ze hebben een veel-op-veel-relatie met configuraties, wat inhoudt dat meerdere configuraties naar hetzelfde onderdeel kunnen verwijzen. Dit bevordert de herbruikbaarheid en vermindert dubbele gegevens. Onderdelen kunnen onafhankelijk van de configuraties die ernaar verwijzen worden bijgewerkt, waardoor beheerders bijvoorbeeld gebruikersgegevens en certificaten kunnen aanpassen zonder het onderliggende beleid te veranderen. Dit beperkt de impact op apparaten, omdat de configuratie zelf ongewijzigd blijft.
    Opmerking:

    Sommige aangepaste declaraties bestaan uit een declaratie van het type 'Onderdeel' en een declaratie van het type 'Configuratie'. Onderdelen bestaan uit verwijzingsgegevens die voor configuraties nodig zijn, zoals omvangrijke gegevenselementen en gebruikersspecifieke gegevens. Onderdeelbestanden moeten zelf worden gehost.

    Bij de samenstelling van een aangepaste declaratie moet de configuratie naar het object verwijzen door middel van een placeholder-variabele met de notatie $PAYLOAD_#, waarbij # staat voor de positie die het onderdeel in de objectenlijst van de blauwdruk heeft. Als het onderdeel bijvoorbeeld als eerste object in de lijst wordt vermeld, wordt er in de configuratie naar verwezen als $PAYLOAD_1; als het onderdeel als tweede object in de lijst staat, gebruik je $PAYLOAD_2, enzovoort.

  6. Selecteer in het veld Kanaal de optie Systeem of Gebruiker als het statuskanaal voor de declaratie.
    • SysteemHet systeemkanaal past instellingen op het apparaat toe, ongeacht de gebruiker die is aangemeld.
    • GebruikerHet gebruikerskanaal past instellingen toe op specifieke gebruikersaccounts.
  7. Voer in het veld Type een declaratietype in.
    Voorbeeld:

    Configuratietype: com.apple.configuration.passcode.settings

    Type onderdeel: com.apple.asset.useridentity

  8. Voer in het veld Payload de configuratie in de JSON-structuur in.
  9. Klik op Bewaar.

Er wordt een onderdeel voor een aangepaste declaratie geconfigureerd, dat klaar is om te worden toegepast en geïmplementeerd. Zie Beheer van blauwdrukken voor meer informatie over het beheren van je blauwdrukken.