Je kunt een eigen blauwdruk samenstellen door de gewenste opties in een onderdelenbibliotheek te selecteren. Onderdelen worden ingedeeld in componentblokken en elk blok kan eigen activeringsvoorwaarden hebben. Nadat je het bereik voor je blauwdruk hebt geselecteerd, kun je de onderdelen, componentblokken en activeringsvoorwaarden toevoegen en configureren. Vervolgens kun je de blauwdruk implementeren op computers en mobiele apparaten in slimme groepen of statische groepen.
Belangrijk:Als je binnen één blauwdruk oude payloads van hetzelfde type toevoegt aan verschillende componentblokken, kan dit een installatieconflict voor het profiel veroorzaken. Als je een componentblok toevoegt aan of bewerkt in een blauwdruk die al is geïmplementeerd, kan de payload-ID van het ene blok de ID van een ander blok met hetzelfde payloadtype overschrijven. Op het betreffende apparaat verschijnt dan een installatiefout die hierop lijkt: " Installeren van profiel mislukt: Het profiel "identifier" kan een bestaand profiel niet vervangen".
Voorkom dit conflict door oude payloads van hetzelfde type in afzonderlijke blauwdrukken te configureren, of door activeringsvoorwaarden te gebruiken zodat blokken met hetzelfde payloadtype niet op hetzelfde apparaat worden geactiveerd.
- Klik Blauwdrukken in de zijbalk.
- Klik rechtsboven op Maak blauwdruk aan.
- Vervang de variabele Untitled blueprint (Naamloze blauwdruk) door de naam voor de blauwdruk.
- Vervang de variabele Beschrijf waarvoor deze blauwdruk wordt gebruikt door een beschrijving van de blauwdruk.
- (Optioneel) Voer in het veld Zoek de naam van een onderdeel in of gebruik het venstermenu Onderdelenbibliotheek om de beschikbare onderdeeltypen te filteren.
- Sleep de beschikbare onderdelen in de Componentenbibliotheek aan de linkerkant naar het componentblok aan de rechterkant.
- Klik op het onderdeel om de instellingen te configureren.
- (Optioneel) Klik op +Componentblok toevoegen om extra componentblokken te maken.
- (Optioneel) Configureer een activeringsvoorwaarde voor elk componentblok dat je maakt. Zie Bereik en activeringsvoorwaarden in blauwdrukken voor meer informatie.
- Klik op de kaart Bereik om het bereik te configureren.
- Klik na het configureren van het onderdeel op Bewaar.
- Schakel het aankruisvak in naast de groepen waarop je de blauwdruk wilt toepassen. Je kunt apparaatgroepen filteren op groepstype (slim of statisch) door in het veld Zoek een groepsnaam in te voeren.
Opmerking:Als apparaten aan een groep worden toegevoegd nadat een blauwdruk is geïmplementeerd, krijgen de nieuwe apparaten de blauwdruk automatisch wanneer ze de volgende keer inchecken.
- Klik op Bewaar.
- Klik op Implementeer om de blauwdruk te implementeren op de geconfigureerde apparaatgroepen.
De wijzigingen die door de blauwdruk worden toegepast, worden geïmplementeerd op de apparaten in het bereik.
Je kunt de blauwdruk op doelapparaten bekijken door te navigeren naar:
Je kunt declaraties verwijderen van alle apparaten die aan het bereik van een geïmplementeerde blauwdruk zijn toegewezen door onder
Bereik alle aankruisvakken naast de apparaatgroepen uit te schakelen, op
Bewaar te klikken en vervolgens op
Verwijder implementatie te klikken. De blauwdruk wordt uit alle apparaatgroepen verwijderd.
Opmerking:De knop Implementeer verandert pas in Verwijder implementatie wanneer alle apparaatgroepen zijn uitgeschakeld. Als er nog apparaatgroepen zijn ingeschakeld, blijft de tekst op de knop Implementeer.